gespot op GWL: het boomblauwtje

In deze rubriek vertelt buurtgenoot Han Jacobs over dieren die hij ziet en hoort in de buurt. Dit keer een dagvlinder uit de familie van de blauwtjes: het boomblauwtje.

In april kunnen we in onze buurt genieten van een kleine, maar opvallend blauwe verschijning: het boomblauwtje. Deze dagvlinder is aan de bovenzijde van zijn vleugels lichtblauw gekleurd en aan de onderzijde lichtgrijs met kleine zwarte stippen. Ze vliegen bij hagen en boomtoppen en drinken nectar van verschillende bloemen van struiken en kruiden. Ook drinken ze mineraalrijk vocht zoals honingdauw, sap van bloedende bomen en kunnen ze in begraasde gebieden ook gevonden worden op uitwerpselen van dieren. Als de vlinders stilzitten doen ze dat vaak met gesloten vleugels waardoor ze met hun zilveren kleur goed gecamoufleerd zijn tussen de bladeren. In vlucht is de blauwe kleur opvallend en goed te zien. De vlinders vliegen in twee generaties en zijn in augustus ook nog volop te zien.

Net als alle andere vlinders heeft het boomblauwtje een levenscyclus waarbij een aantal gedaanteverwisselingen of metamorfosen plaatsvinden. Bij vlinders bestaat deze uit vier stadia: ei, larve of rups, verpopping en uiteindelijk volwassen vlinder (imago). Alle stadia hebben kritieke momenten waarop de dieren kwetsbaar zijn maar vooral tijdens het stadium van rups zijn de risico’s het grootst. Predatie door vogels en andere insecten ligt altijd op de loer. Nog belangrijker is de aanwezigheid van de juiste waardplant waar de rupsen zich mee kunnen voeden. Voor het boomblauwtje is in onze buurt de klimop de meest gebruikte waardplant en dus belangrijkste voedselbron. De rupsen zijn goed aangepast aan deze plant en zijn uitstekend gecamoufleerd op de knoppen van de bloemen waar ze zich mee voeden.

Fascinerend is de symbiose tussen de rupsen van sommige blauwtjes en mieren. De rupsen scheiden een zoete stof (honingdauw) af die zeer gewaardeerd wordt door verschillende soorten mieren. In ruil beschermen de mieren de rupsen tegen belagers zoals sluipwespen en roofvliegen. Dit gedrag is ook gezien bij rupsen van boomblauwtjes. Bij sommige soorten blauwtjes gaat deze samenwerking zo ver dat de rupsen voor overwintering mee het mierennest in worden gesleept waarbij de rupsen zich voeden met mierenbroed in ruil voor de zoete honingdauw. Dit is op fantastische wijze vastgelegd bij tijmblauwtjes in een BBC-documentaire, ingesproken door David Attenborough. Hier zie je een fragment op youtube.

Dagvlinders hebben verschillende strategieën om de winter door te komen. Vroeg in het voorjaar zien we als eerste de dagvlinders die als volgroeide vlinder de winter hebben doorgebracht: citroenvlinder, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en in toenemende mate de atalanta. Gevolgd door de popoverwinteraars zoals boomblauwtje, klein koolwitje, oranjetipje en bont zandoogje. Sommige vlinders overwinteren als rups, zoals de kleine vuurvlinder en de laatste die uitvliegen zijn de ei-overwinteraars, zoals zwartsprietdikkopje en eikenpage.

reacties
De eerste melding via de mail is binnen! Op 7 april jl. zag Maryn Schut een boomkruiper op de gesnoeide populier in de tuin bij het Magazijn. Boomkruipers zijn uiterst kleine bruine vogeltjes met witte buik die vaak spiraalsgewijs omhoogklimmen in bomen waar ze met hun dunne kromme snavel insecten uit de boombast peuteren. Dank voor de melding Maryn!

Heb jij ook iets leuks of interessants gezien dat je hier graag wilt delen? Stuur dan een mail met de details (soort, dag en waarnemer) van de waarneming. Links naar geluidsfragmenten en foto’s waarop het dier herkenbaar is zijn ook zeer welkom!
Ik zal melding maken van de waarnemingen met de eerstvolgende nieuwsbrief en misschien dat jouw buurtbeest wel de hoofdact wordt van het artikel!

Foto boven: vrouwtje boomblauwtje
Foto’s onder: mannetje boomblauwtje en eileggend vrouwtje boomblauwtje
alle foto’s van Charles J. Sharp – Own work, from Sharp Photography, sharpphotography (Creative Commons)

overzicht
volgend artikel