“Mogelijk lijken mijn vader en ik meer op elkaar dan gedacht.” Deze overpeinzing heeft Peter Kassies als hij vertelt dat zijn vader na zijn pensionering Clun Forest schapen is gaan fokken in het Twentse land, en hijzelf sinds een kleine tien jaar geïnteresseerd is in bijen, met een speciale aandacht voor de zwarte bij.
Liefde voor de bij
Zo ijveren vader en zoon beiden ‘op latere leeftijd’ voor het behoud van een bijzondere diersoort. Peters liefde voor de bij werd gestimuleerd door zijn vrouw, zij dacht dat dit een mooie hobby voor hem zou zijn. En dat klopt helemaal. Peter heeft een imkercursus gedaan bij Geert (imker in Amsterdam West). Samen met Michel Floris heeft hij in 2021 het imkerstokje en de zorg voor de bijen in de Gashouder overgenomen van Ina Stoete. Inmiddels staan de bijenkasten van Peter op zeven plekken in Amsterdam. Niet alleen in de Gashouder in het Westerpark, maar ook in de school- en nutstuinen in Amsterdam Noord, de brandweerkazerne in Amsterdam West en de Geitenboerderij in het Amsterdamse Bos. En dichterbij: op het dak van blok 1. Hier gaan we samen een kijkje nemen.
Groene daken en gevels
Op het dak komen we toevallig buurvrouw Ineke tegen, zij is er met een bewoonster uit de Houthaven die geïnteresseerd is in het vergroenen van haar buurt. Hiervandaan heb je een goede indruk wat er aan vergroening mogelijk is: je ziet daken die vol liggen met sedum, welke her en der prachtig in bloei staat. Bomen staan in bloem en blad en verschillende woonblokken zijn weelderig begroeid met wilde wingerd (dit is een ideale gevelbegroeiing die de muren niet aantast). En we vertellen haar over de diverse geveltuinen die door bewoners van woonblokken bij de gemeente zijn aangevraagd en gratis worden aangelegd. Al dit groen ziet er niet alleen prachtig uit, het is ook goed tegen onder meer de hittestress in de stad, het zorgt voor meer samenhang en ontmoetingen in de buurt (er wordt veel gewandeld op het GWL-terrein) en het is goed voor de biodiversiteit, voor de vogels en de insecten.
Bezige bijen
We zien de bijenkasten op het dak van blok 1. Er wordt door de bijen volop gevlogen om de nectar en het stuifmeel binnen te halen. Peter vertelt over de directe relatie tussen de kleur van het stuifmeel en die van de honing in de bijenraat. De kleur kan daar zelfs per cel iets verschillen doordat de bijen telkens een andere bloem bezoeken. Zo geeft het stuifmeel van de korenbloem een paarsachtige kleur en heeft de honing van de acaciaboom een heldere tot glanzende licht gele tint. We zien dat er onder de bijenkast een kleine klont bijen hangt, Peter legt uit dat bij het warme zomerse weer de temperaturen in de kast erg kunnen oplopen. De bijen zoeken dan verkoeling in de schaduw buiten de kast. Binnen in de kast is de bijenkoningin in deze periode druk bezig met het leggen van eitjes, wel tot zo’n 2000 per dag en het bijenvolk groeit snel. Als de bijenkast vol is zal het volk gaan zwermen: de oude koningin vertrekt met ongeveer de helft van het volk en gaat op zoek naar een nieuw onderkomen. Dit is meestal in de maanden mei en juni, vaak op warme en windstille dagen. Peter heeft de visie dat bijen vooral voor zichzelf moeten zorgen. Hij geeft geen extra voeding met bv. suikerwater. En hij haalt pas honing uit de raat ná de winter, als de bijen het zelf niet meer nodig hebben, omdat er dan volop nieuw stuifmeel en nectar te vinden is.
Zwarte bij
Er zijn ruim 360 soorten Nederlandse bijen. Van al deze soorten is er maar één bijensoort die honing produceert: de honingbij. Honingbijen zijn over het algemeen sociaal, ijverig, taakgericht en vredelievend. Ze zullen alleen agressief reageren en steken ter verdediging van hun soort of als ze in het nauw worden gedreven. Soms plunderen bijen een zwakker volk. Dit gebeurt vooral in het najaar als er in de natuur minder nectar te vinden is en ze de honing van een ander volk roven. De zwarte bij (ook wel de donkere bij genoemd) is in Nederland de oorspronkelijke inheemse honingbij. Behalve op het eiland Texel was dit ras bijna uitgestorven. Een aantal imkers, verspreid over het hele land, werkt nu samen met de Texelse imkers om deze bijensoort uit te breiden. Op het werkeiland Neeltje Jans in Zeeland is een bevruchtingsstation speciaal voor de zwarte bij. Dit wordt beheerd door stichting De Duurzame Bij. Hier worden koningin en darren geteeld. Niet elke imker kan zomaar naar het bevruchtingsstation Neeltje Jans: er gelden strikte voorwaarden waar je als imker aan moet voldoen om de genetische zuiverheid en kwaliteit van de inheemse zwarte bij te waarborgen. Ook Peter gaat binnenkort weer naar Neeltje Jans. Hij brengt dan een jonge koningin naar dit terrein, waar deze bevrucht wordt door speciale darren. Op deze manier helpt hij de populatie van de zwarte bijen uit te breiden.
16 jaar GWL-er
Peter woont inmiddels 16 jaar op het GWL-terrein. Nee, hij kwam hier destijds niet wonen vanwege het duurzame en ecologische karakter van de wijk. Hij kende iemand die op het GWL-terrein woonde en hoorde dat de woning met tuin binnenkort verkocht zou gaan worden. Peter en zijn vrouw Mirjam waren geïnteresseerd en gingen langs, belden aan, maakten een praatje en uiteindelijk leidde dit tot het kopen van de woning. Hij vindt nog steeds het GWL-terrein een unieke plek in Amsterdam. Het is er autovrij en je bent dicht bij de natuur. En belangrijk: de buren zijn leuk. Buiten het normale contact hebben zij samen een WhatsApp-groep. Tweemaal per jaar organiseert Blok 11 en 13 een klussendag. Dan is er een lijst met klussen die opgepakt worden, variërend van het snoeien van de wilde wingerd tot het geven van een likje verf. En er is een gezellige gezamenlijke afsluiting. Het contact vormt een stevig fundament. Peter benoemt dat er voldoende mogelijkheden zijn om op het terrein contact met anderen te maken. Gewoon, tijdens een wandeling door de buurt, op het jaarlijkse GWL-buurtfeest of bij een van de diverse activiteiten die er in wijk zijn. Als afsluiting van ons gesprek vraag ik Peter: “Heb je nog tips of iets degelijks?” En ja, dat heeft hij. Peter komt met een hartenkreet: “word actief als vrijwilliger. Graag wil ik iedereen uitnodigen om een steentje bij te dragen. De natuur én de buurt wordt hier blij en beter van”.